maandag 30 april 2012

Proefje

Ik teken er lustig op los om later wat meer te kunnen solderen. Met het bouwen in messing komen er meer modellen in beeld om te kunnen bouwen, in styreen krijg je zo iets niet voor elkaar. Maar met het tekenen voor een etsplaat kan er nog van alles mis gaan, van daar een proefje: Raden maar!

zondag 22 april 2012

Backertje II

De volgende stap is het onderstel met de aandrijving. Proefpassing liet zien dat het frame iets te hoog was, de frameplaten kwamen een halve mm onder de bufferplaten uit. Een halve mm is niks maar ik wil dat er dan toch uit hebben. Dus weer de hele handel uit elkaar, vijlen en opnieuw solderen. En dan kijken of de tandwielen en stroomafname in praktijk zo uit komt als van te voren bedacht. De drijfstangen bestaan uit drie lagen nieuwzilver, en dat soldeerklusje was geen probleem. Ik heb gekozen om geen compensatie toe te passen, van wege de aandrijving. De motor drijft de ene as aan, en de drijfstangen moeten net als in het echt de tweede as aandrijven. Kleine wielen met een kleine krukpenafstand is lastig om mooi soepel rond te laten draaien. Voor de stroomafname had ik kogelcontacten van Schnellenkamp bedacht. Bij de oersik heb ik de stroomafname gemaakt met stipjes van fosforbrons(lastig)
Dan weer verder met de opbouw; sluitseinijzers zitten erop( bij HSM en NS versie zitten ze naar binnen geplaatst) en de trekogen op de bufferbalk. Op het dak een fluitje, pijpje en de schoorsteen. Die laatste heb ik gemaakt van twee in elkaar schuivende buisjes messing.
Het moeilijkste deel is de ketel met al zijn toeters en bellen. Uiteindelijk is het geen kit maar een etsplaatje, dus de losse zaken moeten zelf gefabriekt worden, aangezien de meeste gietdeeltje van de duitse markt te groot zijn voor dit locje. De rookkastdeur bestaat wel uit een aantal ge√ętste onderdeeltjes maar de dom is lastiger en bestaat, na lang vijlen uit een buisje met een messing ring met inleg. Volgende uitdaging bestaat uit de pomp.

dinsdag 10 april 2012

Een Paassik 2012

Traditie getrouw, om de vijf jaar, met pasen een sik. Vijf jaar geleden alweer de oersik, nu de gewone sik! Een joekel is het in vergelijking met de oersik, maar desondanks is het een klein locje. Wel met heel veel details, en niet te vergeten in eindeloze hoeveelheden varianten. Dat komt omdat deze machines lang dienst deden, en in de loop van de tijd de veranderingen in de tijd hebben meegekregen. Voorals nog ben ik beetje bij beetje de verschillende varianten en uitvoeringen aan het ontleden via het beneluxspoor.net en nlmd. Korte samenvatting tot nu toe: Bouwserie 1: 201-212 Werkspoor 1934 Bouwserie 2: 213-253 Werkspoor 1935 Bouwserie 3: 254-280 Werkspoor 1936 Bouwserie 4: 281-306 Wpl Zwolle 1938 Bouwserie 5: 307-321 Werkspoor 1940 Bouwserie 6: 322-369 Werkspoor 1949-1951 Alle vooroorlogse sikken zijn gebouwd met de automatische koppelingen, van de naoorlogse ben ik niet zeker, op de fabrieksfoto van de 362 staan ze niet. De motorluiken waren van de loks 201- tot 259 drie stuks lage deuren, welke naar boven schanierden. Vanaf lok 259 waren de twee motorluiken groter en schanierden aan de buitenzijde. bij de drie deuren was het ronde werkspoor logo boven de middelste deur aangebracht. Deze originele huiven zijn bij revisie's aangepast aan het latere ontwerp.  Volgens de fabrieksfoto van de 284 is bij de zwolse locomotoren de motorhuif gedeeld, het motor en generator deel zijn los van elkaar te verwijderen. de handgrepen lopen ook niet meer door. Het rolgordijn is bij alle locomotoren aangebracht, en rond 1951 vervangen door de jalouzie. De eerste zandkisten zijn rond 1940 verschenen. De locomotoren van de eerste bouwserie hebben vierkante gaten in het frame, de later geleverde ronde (er zitten ook nog 4 stuks tussen met half rond/half vierkante gaten, maar ik weet zo niet welke nummers). De eerste serie hadden ook een vierkante luchtinlaat voor de generator, welke vanaf de tweede serie rond werd. vanaf bouwserie 4 komen deze luchtinlaten niet meer voor, bij de andere lokken zijn deze ook komen te vervallen. De kenmerkende fluit is ook pas in de jaren 40 aangebracht, daarvoor hadden ze een thyphoon op het dak of aan de linker zijde van het mcn huis. Als voorbeeld bij de hand heb ik NS 232 welke bij het Seinwezen in Haarlem staat, en de Goes-Borsele Sik NS 264. Ik ga proberen in messing een tikje te maken, vooroorlogs model, dus met een rolgordijn, zonder zandkasten en het liefst een tyfoon op het dak. Ik begin met een kap en een ready to run onderstel van Rivarossi. Eventueel later bouw ik nog een nieuwe aandrijving, mocht de kap goed gelukt zijn. Tot zover

donderdag 5 april 2012

Alfa Romeo Alfetta GTV

Een drietal modellen van Minichamps van de Alfa Romeo Alfetta GTV heb ik destijds niet kunnen weerstaan. In schaal 0 zeer betaalbaar en oude liefde roest niet, en deze zeker niet. De 1:1 exemplaren kunnen daar wel last van hebben. Overbodig te melden dat deze natuurlijk volstrekt buiten mijn thema en tijdperk vallen. Maar leuk zijn ze wel. De bovenste is het eerste Alfetta model uit 1974 en Alfetta GT genoemd met een 1,8 motor. De GTV kwam binnen twee jaar met een iets grotere 2,0l motor. Die overigens de achterwielen aandrijft via de versnellingsbak die zich ook bij de achteras bevind. Vanaf 1980 is het model geupgrade met kunststofbumpers en een 2,5l 6 cilinder.